Sinds een relatief klein auto-ongeluk ben ik bang op de snelweg en niemand snapt waarom ik er nog steeds last van heb. Er raakte niemand ernstig gewond. De auto was beschadigd, ik had blauwe plekken, klaar. Dat is hoe iedereen het verhaal ziet.
Mijn lichaam blijkbaar niet. Zodra iemand hard achter me komt rijden voel ik spanning in mijn schouders. Vrachtwagens naast me maken me zenuwachtig. Als iemand bumperkleeft gaat mijn hart meteen omhoog. Als passagier is het soms nog erger omdat ik geen controle heb.
Ik trap regelmatig met mijn voet op de vloer alsof daar een rem zit. Vroeger reed ik juist graag. Muziek aan, hoofd leeg. Nu analyseer ik alles. Geluiden, spiegels, afstanden. Ik heb afspraken afgezegd omdat ik geen lange rit wilde maken en vervolgens gezegd dat ik moe was.
Het voelt gênant om uit te leggen dat ik bang ben voor iets wat miljoenen mensen iedere dag doen. Ik weet ook dat vermijden het waarschijnlijk groter maakt, en precies dat maakt me bang. Eerst de snelweg, straks tunnels, rijden in het donker, regen, misschien uiteindelijk helemaal niet meer.
Tegelijk wil ik mezelf niet zo hard pushen dat ik onderweg in paniek raak. Waar ligt eigenlijk de grens tussen rekening houden met jezelf en je angst langzaam je hele wereld kleiner laten maken?
Reacties