Ik heb mijn moeder haar laatste zes weken thuis verzorgd en ik wil opschrijven dat het mooi was, want dat hoor je bijna nooit.
Longkanker, uitgezaaid. Diagnose in maart, en in augustus zei de arts dat behandelen niets meer deed. Ze was achtenzeventig en ze heeft zelf gezegd dat ze naar huis wilde.
Ik ben haar dochter en ik heb zes weken onbetaald zorgverlof genomen.
Wat waar is en wat ik niet weg wil poetsen: het was zwaar. Ik heb haar gewassen op plekken die een dochter niet kent. Ik heb de ene nacht niet geslapen en de andere nacht naast haar bed op een luchtbed gelegen. Ik heb een keer in de bijkeuken gestaan en gefluisterd dat het voorbij moest zijn, en dat meende ik.
En toch.
Wij hebben in die zes weken meer gepraat dan in de twintig jaar daarvoor. Ze heeft me dingen verteld over mijn vader die ik niet wist, en één ding over haarzelf uit 1969 dat ik hier niet opschrijf en dat alles verklaarde.
De wijkverpleging kwam twee keer per dag en die vrouwen zijn het beste wat ik in jaren ben tegengekomen. Een van hen, Trees, heeft op de laatste dinsdag mijn haar in een staart gedaan omdat ik het zelf niet meer deed.
Mijn zus kwam in de weekenden en wij zijn nu, voor het eerst sinds onze jeugd, echt zussen.
Mijn moeder is op een vrijdagochtend overleden in haar eigen bed met het raam open, en ik had mijn hand op haar arm en ik wist precies wanneer.
Dat weten is een geschenk waar ik niet om had gevraagd.
Ik schrijf dit omdat ik in juli alleen maar verhalen vond over uitputting, en die verhalen zijn waar. Maar als iemand hier nu voor die keuze staat: het kan ook dit zijn. Je wordt niet gespaard, maar je krijgt er iets voor terug dat niemand je meer kan afpakken.
Reacties