Er zit in mijn gebied een traject van ongeveer honderd meter dat ik niet vertrouw, en ik woon erachter.
Zesenvijftig. Ik ben technisch medewerker beheer, en bij hoogwater ben ik dijkwacht. Mijn gebied is ongeveer achttien kilometer primaire waterkering langs een rivier die ik niet noem, plus een flinke hoeveelheid regionale keringen.
Wat dijkinspectie is, want negenennegentig procent van Nederland heeft er geen idee van en leeft erachter.
In normale tijden loop en rijd ik een schema: visuele inspectie, twee keer per jaar volledig, met daarnaast metingen, peilbuizen en sinds een paar jaar satellietdata over zakking. Ik zoek naar heel kleine dingen. Verzakkingen van enkele centimeters.
Scheurvorming in de kruin na droogte — en de droge zomers hebben me meer werk gegeven dan het water. Mollen en muskusratten, die serieuzer zijn dan mensen denken. Kwelwater aan de landzijde: water dat door de dijk heen sijpelt, en de kleur ervan is het belangrijkste wat ik in mijn vak heb geleerd.
Helder kwelwater is beheersbaar. Troebel kwelwater betekent dat de dijk materiaal verliest, en dan is er een probleem.
En bij hoogwater loop ik 's nachts met een lamp.
Dat is wat ik eigenlijk wil beschrijven. Wij lopen in ploegen van twee, met een vast vak, elke twee uur, met de hand en het oog, in 2026, naast alle sensoren. Omdat een mens die een dijk twintig jaar kent iets ziet wat een sensor niet meet.
Ik heb in 2011 een beginnende verzakking gevonden om half vier 's nachts omdat het gras op één plek anders lag dan de rest, en dat kon ik alleen zien omdat ik daar al acht jaar langs liep.
Nu het stukje dat ik aan niemand buiten het werk vertel.
Er is een traject van ongeveer honderd meter in mijn gebied dat in de laatste landelijke beoordeling niet aan de norm voldoet. Het staat in de planning voor versterking. Die planning is, met de voorbereiding, de procedures, de grondverwerving en de aanbesteding, een kwestie van jaren.
Dat is geen schandaal: zo werkt het, en de prioritering is gebaseerd op risico en wordt door mensen gedaan die hun vak kennen.
En ik woon zelf in de polder achter dat traject. Op zeshonderd meter.
Mijn vrouw weet dat het traject bestaat. Zij weet niet dat ik bij de laatste twee hoogwaterperiodes mijn ploegindeling heb geruild om daar zelf te kunnen lopen. Dat heb ik gedaan in 2023 en in februari dit jaar.
Ik heb dat gedaan omdat ik het niet aan een collega van vierendertig met vier jaar ervaring wilde overlaten, en dat is, als ik het hard opschrijf, een vorm van wantrouwen tegenover een collega die niets verkeerd heeft gedaan.
En er is nog iets. Ik heb in 2022 een huis kunnen kopen, op hoger gelegen grond, acht kilometer verderop. Beter huis, betere plek. We hebben het niet gedaan. Mijn vrouw wilde hier blijven en ik heb geen enkel argument gegeven. Geen een.
Ik had kunnen zeggen wat ik over dat traject weet, en dan waren we verhuisd, en dan zou ik de man zijn die vertrok omdat hij het beter weet dan de beoordeling waar hij zelf aan heeft meegewerkt.
Dat is de keuze die ik gemaakt heb en die ik hier voor het eerst opschrijf.
Wat ik tegen Nederland zou zeggen: het stelsel werkt, echt. Wij zijn hier beter in dan iedereen. Maar het werkt doordat er mensen met een lamp lopen, en die mensen weten dingen die niet in de rapporten staan, en die mensen wonen er zelf achter.
Reacties