Ik ben bollenteler, derde generatie, en ik verkoop schoonheid aan de hele wereld terwijl de buurt bang is voor mijn sproeier.
Eenenvijftig. Tulpen en een deel lelies, achtendertig hectare, in de kop van Noord-Holland. Mijn opa begon in 1951 met twee hectare.
Ik begin met wat er waar is aan de kritiek, want anders kan de rest niet gelezen worden.
Ik gebruik gewasbeschermingsmiddelen. Veel minder dan mijn vader, aanzienlijk minder dan tien jaar terug, maar meer dan de meeste andere akkerbouw in dit land.
Dat is geen keuze van mij persoonlijk: een bol is een gewas dat in de grond zit, waar je niets van af kunt wassen, dat ziektes krijgt die de hele partij waardeloos maken, en dat geëxporteerd wordt onder fytosanitaire eisen die absoluut geen enkele aantasting toestaan. Eén aaltje in een partij en de container gaat niet naar Japan.
Dus de eis komt van de afnemer. En de afnemer is uiteindelijk iemand die in maart in een tuincentrum een zak bollen koopt waar geen vlekje op mag zitten.
De cijfers van mijn bedrijf: ik heb sinds 2016 mijn middelengebruik met ongeveer veertig procent teruggebracht, via precisietechniek, GPS-gestuurd spuiten, en een andere rotatie. Ik heb vier hectare in biologische teelt gedaan in 2019 en 2020 en ik ben gestopt, omdat ik een opbrengstverlies had van ruim de helft en mijn afnemer het product alsnog afkeurde op vlekken.
Dat is mijn eigen mislukking en ik vind het nog steeds jammer.
Nu het dorp.
In 2020 is hier een nieuwbouwwijkje gekomen, vierentwintig huizen, op honderdveertig meter van mijn perceel. En sinds 2021 heb ik een probleem dat ik niet kan oplossen met techniek: mensen met kleine kinderen die, volkomen begrijpelijk, niet willen dat er honderdveertig meter van hun schommel gespoten wordt.
Er is een bewonersgroep. Er zijn metingen geweest door de GGD. Er is een avond geweest in het dorpshuis in 2022 waar ik ben gaan staan, alleen, met een presentatie die ik zelf had gemaakt, en waar ik na veertig minuten ben weggegaan.
En het punt is dit: ik voldoe aan alle regels. Driftreductie van vijfennegentig procent, teeltvrije zones ruimer dan verplicht, ik spuit niet bij wind richting de wijk, en ik waarschuw de hele straat per app, wat niet verplicht is en wat ik sinds 2022 doe.
En dat helpt allemaal niets tegen de kernvraag, die ik ook zou stellen als ik daar woonde: moet mijn kind naast dit opgroeien?
Wat ik niemand heb verteld: mijn eigen zoon heeft astma. Hij is dertien. Er is geen enkele arts die mij heeft gezegd dat dat met mijn bedrijf te maken heeft, en er is ook geen arts die mij heeft gezegd dat het er niets mee te maken heeft, en ik heb het in 2023 één keer gevraagd en ik heb de vraag daarna niet meer gesteld.
En ik spuit met een cabine met overdrukfilter, en mijn zoon staat in de schuur.
Ik ben niet van plan te stoppen. Ik heb achtendertig hectare, een lening tot 2034, en dit is het enige vak dat ik ken. Maar als iemand mij vraagt of ik de bewoners begrijp, dan is het antwoord dat ik hen beter begrijp dan zij denken, en dat ik dat op die avond in 2022 had moeten zeggen in plaats van mijn presentatie.
Reacties