Ik hang veertig centimeter van een raam, en na ongeveer drie minuten vergeet de persoon achter dat raam mij volledig.

Zesenveertig. Eigen eenmanszaak sinds 2007, daarvoor in dienst. Ik doe hoogwerk: kantoortorens, een ziekenhuis, drie flats, en sinds 2015 ook abseilwerk, dus echt aan een touw.

Eerst het vak, want mensen denken aan een emmer en een ladder.

Ik werk met een gondel of met twee onafhankelijke lijnen. Ik heb elke drie jaar een hercertificering, mijn harnas gaat na een vaste periode de prullenbak in of hij er goed uitziet of niet, en ik doe elke ochtend een controle die zeven minuten duurt en die ik in tweeëntwintig jaar nooit heb overgeslagen.

Nooit. Niet één keer. Dat is niet opschepperij, dat is de reden dat ik nog leef.

Ik ben één keer echt bang geweest, in 2018, bij een windstoot op zeventig meter waarbij de gondel ging bewegen op een manier die ik niet eerder had gevoeld. Niets gebeurd. Ik heb daarna in de kantine een halfuur gezeten en ben weer naar boven gegaan, want als je die dag niet weer naar boven gaat, ga je volgens de oude mannen in dit vak nooit meer.

Nu waar het eigenlijk over gaat.

Ik zie naar binnen. Dat kan niet anders. Ik hang veertig centimeter van een raam en achter dat raam zit iemand. En na ongeveer drie minuten vergeet die persoon mij volledig. Dat is wat ik in tweeëntwintig jaar heb geleerd over mensen: niemand kan de aandacht vasthouden dat er een vreemde naar hem kijkt.

Wat ik heb gezien, zonder details die iemand kunnen aanwijzen. Mensen die huilen op kantoor, met de deur dicht, met een beeldscherm aan. Mensen die slapen onder hun bureau in een advocatenkantoor, twee keer, verschillende mensen, verschillende jaren.

In flats: een oude man die elke dinsdag om elf uur in dezelfde stoel zit met de televisie aan en zijn jas aan, en hij heeft zijn jas aan omdat hij hoopt dat er iemand komt, dat is mijn aanname en ik heb hem nooit gesproken.

En één keer, in 2016, in een ziekenhuis, op een afdeling waar ik niet naar binnen had moeten kijken, en ik heb mijn gondel anderhalve meter laten zakken en ik ben vier minuten uit mijn eigen werkvlak gebleven en ik heb dat nooit aan mijn opdrachtgever gemeld.

Ik vertel nooit iets. Tweeëntwintig jaar, geen enkel verhaal, niet in de kroeg, niet thuis. Dit is de eerste keer.

En dan is er nog iets anders, dat ik moeilijker kan uitleggen. Ik word niet gegroet. Dat is niet erg bedoeld en het is bijna universeel: in een kantoortoren met zeshonderd mensen zwaaien er in een hele week misschien drie. De rest kijkt kort op en gaat verder, en dat is normaal gedrag en ik zou het zelf ook doen.

Maar na tweeëntwintig jaar zit ik hier wel met het volgende: ik heb duizenden uren op veertig centimeter van mensen doorgebracht en ik ben op geen enkele manier in hun dag voorgekomen.

Behalve bij één vrouw op een vierde verdieping in een kantoor in Utrecht, die sinds 2019 elke keer als ik kom een kop koffie op de binnenvensterbank zet die ik nooit kan opdrinken, omdat het raam niet open kan. Een kop koffie achter glas. Ze doet dat nu zes jaar en we hebben nooit een woord gewisseld.

Dat is het beste dat iemand ooit voor mij heeft gedaan en ik zou haar naam niet kunnen noemen.

weergaven2 reacties0 emoties0
Antwoorden met een post

Had je het gevoel dat het over jou ging?

Jouw verhaal hoort hier ook. Geen naam, geen e-mail, niets dat naar jou wijst.

Schrijf je verhaal

Reacties

Nog geen reacties geplaatst.
Je reactie verschijnt meteen.