Ik heb eenendertig jaar bij dezelfde bank gewerkt en in 2019 was ik ineens overtollig, en ik mis niet het werk, ik mis het kantoor.

Achtenvijftig. Begonnen in 1988 op het kantoor in mijn eigen stad, achter de balie, met een diploma en een stropdas. In 2019 vertrokken via een regeling.

Wat er in eenendertig jaar is gebeurd, in vier fasen, en ik heb ze alle vier van binnen gezien.

Fase één, 1988 tot ongeveer 1998: ik was bankier in de oude zin. Ik kende mijn klanten. Ik beoordeelde een kredietaanvraag van een slager die ik van de markt kende, met een formulier en met mijn eigen oordeel, en ik had een bevoegdheid tot een bedrag dat ik zelf kon toekennen. Dat is de hele kern. Ik mocht beslissen.

Fase twee, tot ongeveer 2008: de systemen kwamen. Scorekaarten, modellen, centrale afdelingen. Mijn oordeel werd een invoerveld. Dat was niet onredelijk — ik heb in de jaren negentig ook beslissingen zien nemen op basis van wie iemands vader was, en dat was ook niet in orde.

Fase drie, 2008 tot 2015: wij werden verkopers. Dit is het deel waar ik niet trots op ben. Ik heb producten verkocht met targets erop. Beleggingsverzekeringen in de jaren daarvoor, en later andere dingen. Ik heb nooit iets verkocht waarvan ik wist dat het schadelijk was, en ik heb dingen verkocht waarvan ik niet goed genoeg begreep hoe ze werkten om dat te kunnen beoordelen, en dat is niet hetzelfde als onschuldig.

Fase vier, 2015 tot 2019: de kantoren gingen dicht. Mijn kantoor, waar ik in 1988 begon, is in 2016 gesloten. Ik ben naar een regiokantoor gegaan, veertig kilometer, en in 2019 werd die functie opgeheven.

De regeling was fatsoenlijk. Dat moet gezegd. Ik heb een bedrag gekregen, ik heb een loopbaantraject gekregen, en ik ben niet in de problemen geraakt.

En nu wat ik eigenlijk wil zeggen.

Ik heb daarna anderhalf jaar gesolliciteerd en ik zit sinds 2021 bij een kleine administratiekantoor, vier dagen, en dat is prima werk en ik heb aardige collega's.

En ik mis iets waarvoor ik geen woord heb. Niet het bankwezen — eerlijk niet. Wat ik mis is het volgende: in dat kantoor in mijn stad kwamen tussen negen en vijf ongeveer honderd mensen binnen. Honderd. Ik kende er zestig bij naam. Er kwam een mevrouw elke donderdag haar pensioen opnemen in biljetten, omdat ze dat zo deed, tot 2011.

Er stond een man uit mijn straat in de rij en die zei "Hé" en dan was ik daarna op de markt een bekende.

Ik was in eenendertig jaar bij ongeveer twintig scheidingen betrokken, in de zin dat ik de rekening moest splitsen. Bij tientallen overlijdens, in de zin dat de kinderen bij mij aan tafel zaten. Bij vier faillissementen van bedrijven uit mijn stad, en bij de start van misschien dertig.

En dat bestaat nu niet meer, voor niemand, in geen enkele stad in dit land. Niet omdat iemand slecht was. Omdat het goedkoper en sneller en voor de klant feitelijk makkelijker is.

Wat ik aan jongeren zou zeggen die bij een bank gaan werken: je gaat iets heel anders doen dan wat ik heb gedaan, en jouw werk is misschien beter, maar bewaar één ding. Onthoud een naam. Dat is het enige stuk van dit vak waar ik na eenendertig jaar iets aan heb overgehouden, en het stond in geen enkele target.

weergaven4 reacties0 emoties0
Antwoorden met een post

Had je het gevoel dat het over jou ging?

Jouw verhaal hoort hier ook. Geen naam, geen e-mail, niets dat naar jou wijst.

Schrijf je verhaal

Reacties

Nog geen reacties geplaatst.
Je reactie verschijnt meteen.